Wokken

Wokken is een bekende kooktechniek uit de Oosterse keuken. Het voedsel wordt bij wokken bereid op hoge temperatuur (160 tot ruim 230°C) en op een groot oppervlakte. Het vocht verdampt hierbij snel waardoor er vrij droog gebakken wordt. Wokken gaat dan ook gepaard met een sissend geluid.

Bij wokken is het van groot belang dat alle ingrediënten gelijktijdig klaar zijn. Daarvoor is het verstandig om rekening te houden met het formaat van de ingrediënten en de volgorde waarin ze in de pan gaan. Snijd groenten die langer moeten garen daarom ook kleiner en doe harde groenten (zoals wortel) eerder in de pan.

Toepassing

  1. Snijd alle ingrediënten vooraf en zet deze klaar staan op volgorde van gebruik.
  2. Zet de wok op het allerhoogste vuur en laat de wok zo heet worden dat hij begint te walmen.
  3. Doe een scheutje olie in de wok. Deze olie moet zuiver zijn en goed tegen de hitte kunnen. Gebruik daarom druivenpitolie, rijstolie, koolzaadolie, arachideolie, maïsolie of zonnebloemolie.
  4. Voeg direct de groenten, het vlees of de vis toe. Blijf vervolgens tijdens de gehele bereiding roeren.
  5. Blus de ingrediënten ten slotte met sojasaus, oestersaus, teriyakisaus, gembersiroop, vissaus, rijstazijn of gewoon bouillon.
Terug naar Kooktechnieken

Gerelateerde recepten

Sesamtonijn met zeewiertagliatelle

Sesamtonijn met zeewiertagliatelle

Kreeft met botersaus

Kreeft met botersaus

Iberico varken met oestersaus en mandarijn

Iberico varken met oestersaus en mandarijn