Smelt op een middelmatige hittebron de boter in een sauspan en voeg al roerend 50 gram van de bloem toe. Laat onder geleidelijk roeren enkele minuten garen zonder te kleuren.
Voeg bij kleine beetjes tegelijk al roerend de koude melk toe en roer dit mengsel met een garde tot een dikke salpicon die enkele minuten zachtjes moet koken.
Haal de pan van het vuur en roer de geraspte kaas en de eierdooier door de roux.
Meng er vervolgens de garnalen, (weinig) zout en peper naar smaak door.
Smeer een rechthoekige schaal met opstaande rand dun in met de zonnebloemolie en stort de kroketvulling in de schaal.
Spreid de vulling met behulp van de platte kant van een spatel uit.
De laag moet circa 2 cm hoog zijn.
Dek de schaal af met plasticfolie en laat de vulling in de koelkast opstijven.
Zet drie diepe borden klaar.
Doe in één bord de rest van de bloem, in het volgende de losgeklopte eiwitten en in het derde bord het paneermeel.
Verhit de olie waarin de kroketten worden gebakken tot 180 graden.
Snijd de vulling in 10 gelijke langwerpige stukken.
Rol ze met de handen (die met bloem zijn ingewreven) in de vorm van een kroket.
Wentel de kroketten eerst door de bloem, dan door de eiwitten en ten slotte door het paneermeel.
Bak een paar kroketten tegelijk in de hete olie goudbruin en knapperig.
Schep de kroketten met een schuimspaan uit de pan op keukenpapier en laat ze even uitlekken.
Frituur toefjes krulpeterselie knapperig in de olie.
Garneer de kroketten met gefrituurde peterselie.
Ingrediënten
voor 10 kroketten
50 gram boter
175 gram bloem
500 ml melk
50 gram Emmentaler, geraspt
1 eierdooier
250 gram Hollandse garnalen
2 eetlepels zonnebloemolie
3 eiwitten, losgeklopt met 1 theelepel zonnebloemolie