Hang de yoghurt 24 uur op in een doek en leg het daarna zonder doek in een kom.
Meng de rasp, vanillemerg en suiker door de yoghurt en zet het in een spuitzak in de koeling.
Meng voor de cakejes de suiker en boter door elkaar tot een luchtige massa.
Voeg bloem, bakpoeder en ei toe en maak hier een glad beslag van. Meng vervolgens de kersen erdoor.
Spuit het beslag in kleine cakevormpjes (circa 2,5 x 5 cm).
Bak de cakejes af op 180 graden gedurende 8 minuten.
Verwarm voor de coulis de glucose en water tot vloeibaar. Pureer de glucosestroop met de munt en passeer daarna door een zeef. Zet de coulis in de koeling.
Maal de laurierdropjes door een koffi emolen of in een vijzel en passeer ze eveneens door een zeef.
Presenteer op een bord cakejes en quenelles van ijs en hangop in een rij achter elkaar.
Druppel er hier en daar wat muntcoulis naast en maak het geheel af met twee lijntjes laurierdrop-poeder en een garnering van cress en eetbare vioolblaadjes.